VOORSTELLING
De eerste keer dat ik Sheila E. aan het werk zag was op televisie, toen ze tijdens een show van haar vader, Pete Escovedo, optrad. Maar het kan ook tijdens een concert van Gloria Estefan geweest zijn, waarin zij samen met haar vader en broer uitgenodigd was. Sommige momenten blijven voor eeuwig in het geheugen gegrift, en dit was er één van. De laatste keer dat ik haar bezig zag was in levende lijve. Weliswaar op een kilometer afstand, in de grote hall van het congrescentrum in Den Haag, tijdens het Northsea Jazzfestival in 2005. Dit maal was ze special guest bij Candy Dulfer.
Telkens was ik zwaar onder de indruk van haar trefzekerheid, haar techniek en haar muzikaliteit. Tussendoor zag ik haar vooral bezig achter de drums bij Prince, als allround artieste met haar eigen “Scheila E and the E-train”, en als ambassadrice voor verwaarloosde kinderen.
En toch. Wint ze of verliest ze nu aan geloofwaardigheid door met de meest sexy artiest aller tijden, in lingerie gehuld, superstrakke grooves neer te zetten? Overtuigt ze door die trend verder te zetten op haar eigen platen, zodat die een steriele studioversie dreigen te worden van het origineel? Of ligt het misschien gewoon aan het feit dat ze een vrouw is, waardoor ik me kan afvragen waarom diezelfde grooves door een man gespeeld plots heel gewoon kunnen klinken?
Met een gelijkaardig gevoel zit ik als ik de Limited Edition Burnished Maple conga’s en bongo’s van Toca onder handen krijg. Zover is dat niet gezocht, want net Sheila E. is het voornaamste visitekaartje van dit merk. Mijn eerste indruk is er inderdaad één van bewondering en verbazing omdat Toca met zo’n degelijk materiaal naar buiten komt. De klank, het uitzicht, het spelen, het is allemaal indrukwekkend. Dan wordt de nieuwsgierigheid natuurlijk groot en gaan we onmiddellijk uitzoeken hoe dat komt.
BOUW
Laat ik beginnen met het uitzicht. De klankkast lijkt uit één stuk vervaardigd. Dat wil zeggen dat ze eruit ziet als een boomstronk, vanbinnen uitgehold en vanbuiten glad geschuurd en vernist. Ook de vorm van de kuip versterkt dit gevoel. De kromming van de omtrek is miniem zodat ze meer naar de cilindervorm neigt dan naar de klassieke ellipsvorm. Daardoor lijken de congas ook hoger te zijn, en doen ze denken aan de Afrikaanse tamtam. Ze zijn ook effectief hoger dan de klassieke 30 inch conga want ze meten 77 cm in plaats van de gebruikelijke 76 cm. Bovenaan zijn ze iets breder en zeker onderaan valt het verschil met de klassieke 30 inch conga op. Bij de quinto meten we aan de basis een verschil van wel 10 cm in vergelijking met die van bijvoorbeeld Latin Percussion. Dat komt dus omdat de ellipsvorm niet zo uitgesproken is: naar beneden toe wordt het volume van de “buik” langer behouden. Wanneer je dit allemaal gaat omrekenen naar inhoud krijgen we dus een beduidend groter volume van de klankkast. Hieraan is natuurlijk onmiddellijk het grotere volume in klank aan toe te schrijven.
Als we de binnenkant van de klankkast bekijken is het sprookje uit. Hier zien we de houten latten mooi aaneengelijmd zoals dat bij elke moderne houten conga het geval is. Zowel bij de bongo’s als bij de conga’s doet de beproefde siamese eik dienst als stevig en betrouwbaar materiaal voor een goed afgewerkte klankkast. Bij de conga’s werd aan die binnenkant geen polyester versteviging voorzien ter hoogte van de spanplaten, maar die zijn wel met 4 in plaats van met 3 bouten aan de klankkast bevestigd. Bovendien zijn de krachten die op die plaats op de ketel inspelen beter verdeeld door de kleinere kromming van zijn lijn.
HARDWARE
‘Made in Taiwan’ staat er op de doos, en dat merk je ook aan de rest van de hardware. Die lijkt uit dezelfde fabriek afkomstig te zijn als de hardware van LP en Meinl, de twee leidinggevende fabrikanten die al langer gebruik maken van de Aziatische infrastructuur. Om te benadrukken dat we hier te doen hebben met de topmodellen uit het assortiment is al het metaal goudgekleurd. Elke ketel, dus ook de quinto, heeft 6 spanbouten. De spanplaten hebben zoals eerder gemeld vier bevestigingspunten. De spanring is van het “comfort curve” type, dis breed en afgerond om de handpalmen te sparen. Onderaan ontbreekt ook de gouden stootrand niet. De ophangplaatjes passen op een standaard statief. Er werden nog twee gaatjes in de kuip voorgeboord waar je de ophangplaatjes naar kan verhuizen wanneer je de conga’s in een andere opstelling wil ophangen. Zo kan het merkplaatje met de vermelding “Limited edition” steeds zichtbaar blijven. Die gaatjes zijn mooi afgedekt met een rubbertje. Die rubbertjes vergeet je natuurlijk niet in de vrijgekomen gaatjes te plaatsen, om de vibraties in de klankkast niet te verstoren. Een handvat ontbreekt, maar dat kan bewust zo gedaan zijn, ook weer om zo weinig mogelijk gaatjes en bouten in die klankkast te hebben.
AFWERKING
Ook het vel dat erop is gespannen lijkt weer uit dezelfde fabriek te komen. Ze voelen net hetzelfde aan en ze zien er ook net hetzelfde uit als de buffelhuid die LP en Meinl gebruiken.
Aan de afwerking van het geheel zien we de persoonlijke toets die deze limited edition meedraagt. Terwijl de latten die de kuip vormen dus zoals gebruikelijk in de lengte aaneen gelijmd zijn, werd de lichte kleurvernis er haaks overheen aangebracht, zodat er lijnen gevormd worden in horizontale richting en zodat we de indruk krijgen dat we met een vol stuk hout te maken hebben. Bovendien werden eerst “beschadigingen” in de vlakgeschuurde kuip gebrand. Deze kunstmatige oneffenheden, donker van kleur, doen je denken aan de ruwe boomstronk die origineel wel aan de basis ligt van deze conga’s en bongo’s, maar die dus enkel dienen om ons om de tuin te leiden. Je kan het natuurlijk ook gewoon een fraaie versiering noemen.
En waarom moet een conga nu persé uit één stuk gehouwen te lijken? Dat is een concept waar ook de Cubanen al langer mee bezig zijn. Niet om de originele conga te benaderen, want die is naar het voorbeeld van de scheepstonnen wél uit rechtopstaande latten opgetrokken. Wel omdat die conga op zijn beurt is afgeleid van het Afrikaanse origineel, de tamtam, en die werd uit één stuk hout gekapt. Ik betwijfel sterk of een conga uit één stuk gehouwen steviger is dan een moderne gelijmde conga. De lijmen en de lijmtechnieken zijn zodanig geëvolueerd dat de kuip van dergelijke conga eerder een barst in het hout zelf zal vertonen dan in de lijmstrook tussen de latten. Bovendien kan elke lat afzonderlijk aan de hoogste kwaliteitsnormen voldoen. Een gelijkaardige kwaliteit voor een complete stronk zal eerder uitzonderlijk, zoniet onbetaalbaar zijn. Maar de klank van een uit één stuk gehouwen conga zou beter kunnen zijn, op voorwaarde dat hij binnenin even glad wordt geschuurd als dat met een lattenconstructie mogelijk is.
KLANK
Hiermee zijn we dus beland bij de klank van deze instrumenten. Die is verbazend goed. De kuip heeft voor mij de perfecte combinatie van boventonen. Daardoor “zingt” hij mooi en past hij makkelijk in alle toonaarden. Door de grote inhoud van de kuip is de toon ook groot, en door de strakke afwerking binnenin zijn er veel boventonen die de toon karakter en draagkracht geven. Ook opvallend is de heldere aanslag en de lange sustain. Bassen, slaps, tips, alles klinkt geweldig goed en gedefinieerd. Hoewel de kuip van de bongo’s niet speciaal een grotere inhoud hebben klinken ook hier alle slagen groot en goed gedefinieerd. De “macho” (de kleinste van de twee) klinkt zeer helder en luid terwijl de “hembra” (de grotere) net donker genoeg van klank is om toon te vormen en toch niet weg te zinken in het middenregister van de conga’s.
De respons is zeer goed. Een kleine zachte aanslag geeft toch snel toon, je kan de bassen doen klinken, en vooral open slaps klinken zeer helder en luid. Doordat de basis zo breed is kan je de conga’s ook zonder probleem zittend bespelen en kan je optimaal gebruik maken van het toonverschil tussen de gesloten klankkast (volledig op de grond staande conga) en de geopende klankkast (wanneer je hem schuin tussen de benen houdt).
BUDGET & BESLUIT
Het is vooral hun klank die deze instrumenten bijzonder aangenaam maakt om op te spelen. Met deze Limited Edition Burnished Maple set plaatst Toca zich bij de top van conga en bongo bouwers, zowel qua uitvoering als qua prestatie. De Quinto kost je 495 euro, voor de Conga betaal je 565 euro, de Tumba gaat voor 599 euro over de toonbank en de bongo’s ten slotte hebben een prijskaartje van 369 euro (bruto adviesprijzen incl. BTW). Voor een prijs die beduidend lager ligt dan die bij de concurrentie haal je een waardig instrument in huis dat niet moet onderdoen voor die van de marktleiders. Even trefzeker als Sheila E. dus. En toch. Is het omdat Toca voorheen niet echt kon overtuigen? Ligt het aan het truukje met de stronk, of is het gewoon de vorm? Ik heb mijn mening mogen geven, en stel voor dat je je eigen subjectiviteit laat spreken.
|