Meet Music Magazine Homepage
Reviews
Abonneren
Zoekertjes
Verdeelpunten
Contact
Pro Sound and Light
Meet Music Magazine review: Alesis ProLinear 720DSP & 820DSP
       Alesis ProLinear 720DSP & 820DSP
[ Auteur: Roger Roland ]  [ Editie: Nr.191 - November 2004 ]
Ik heb het reeds uitgelegd, monitoren zijn de belangrijkste stukken van een studio. Als je speakers niet goed of niet echt betrouwbaar zijn, sta je daar mooi met de beste micro, de beste tafel, de mooiste reverbs, want je zal niet correct kunnen mixen. Elke constructeur probeert zijn eigen originele toets en kwaliteit aan te brengen om de klant te overtuigen. Alesis stelt deze ProLinear serie voor als een origineel product. Laat ons de twee modellen die mij werden toevertrouwd samen ontdekken.

PRESENTATIE
De Alesis Prolinear DSP zijn actieve tweewegs monitoren. Tot hier toe niets origineels dus. Wel origineel daarentegen: de Prolinear heeft een reeks programma’s aan boord die toelaten om de weergave van de genoemde monitoren te laten variëren.Meer nog, door een geïntegreerde digitale equalizer, is het mogelijk om zelf programma’s te ontwikkelen. De twee modellen zijn nogal gelijkend, in ieder geval toch qua look en concept. Het enige verschil vind je in de dimensies: 80 en 40 watts Rms in de twee gevallen. Indien de 720 als een “near field monitor” kan beschouwd worden, kan je de 820 ook in de categorie van de “mid field monitoren” plaatsen, gezien zijn afmetingen en gewicht.

BESCHRIJVING
De Prolinear zijn zwart, de finish mat. Het design is geslaagd: een woofer van 7 en 8 duim, erboven een tweeter met dome (niet beschermd door een gril). De tweeter is geïntegreerd in een mooie vorm die een LCD schermpje en zes kleine knopjes meekreeg. Het geheel is omgeven door twee luchtgaten. De knoppen laten je toe om van programma te wisselen en de frequentieparameters (Q frequentie, versterking of volume vermindering), de gain, enz…te regelen. Dit alles is natuurlijk af te lezen van het display. Meer nog, de luidsprekers worden geleverd met een software waarmee je de parameters kan veranderen, we komen er verder op terug. De afmetingen van de 820 zijn: 44 cm hoog, 28 breed en 34 diep, met een gewicht van 14,6 kg. De 720 meet 38 x 23 x 30 cm, en weegt 11,4 kg. Aan de achterzijde merken we eerst en vooral de lange vertikale afkoelingsventilatoren op, verder de ingang over een gemixte symmetrische XLR/jack. Je vindt er ook nog de gewoonlijke IEC fiche voor de elektrische voeding, met daarboven een power knop. Een kleine draaiknop, “input-level” genoemd, vervolledigt de beschrijving. Maar ik mag ook de twee “data link” aansluitingen niet vergeten te vermelden. Het betreft hier mannelijke en vrouwelijke RS-22 aansluitingen, zoals je die aantreft op de seriële poort van computers. Dat laat toe om de luidsprekers aan te sluiten onder Windows Xp of 2000. Er lijkt op dit ogenblik niets voorzien voor Apple.

GEBRUIK
Ik heb eigenlijk in het algemeen niet veel te vertellen over dit hoofdstuk. Monitoren, die sluit je aan en je luistert. De uitzondering bevestigt de regel, we hebben hier te maken met een ander product. Alleen al door de meegeleverde software. Deze monitor wordt op de audio aangesloten zoals alle andere speakers, dus heel eenvoudig. Je kan enkel het ingangsniveau aanpassen door middel van een klein volumeknopje. Natuurlijk heeft de constructeur verschillende frequentieweergavecurves voorzien. Oorspronkelijk zijn er zestien, waarvan er 8 uitwisbaar zijn om door je eigen parameters te worden vervangen. We komen programma’s tegen die “Flat”, “Hi-fi”, “White Cone”, “Faux Finish”, “Studio Cube”, “Boom Box”, “BBC Dip”, “80Hz High Pass” genoemd worden voor het niet aan te passen gedeelte (“Program” genoemd). “Warmth, “Bass Boost”, “Bass Cut”, “Treble Boost”, “Treble Cut”, “AM Radio”, “Narrow” en “Portable Radio” zijn de benamingen voor de programma’s die “User” genoemd worden. Voor diegenen die iets van monitoren kennen, zullen de namen van de originele programma’s namen oproepen van bestaande monitoren (maar welke zou nu toch doe “White Cone” zijn?). De “plus” hier is natuurlijk de mogelijkheid om de frequentieweergavecurve van deze ProLinears te veranderen en aan te passen. De RS-232 kabel die standaard meegeleverd wordt laat toe om vlug op de computer aan te sluiten. De gebruiker kan op vier frequenties werken met telkens de keuze tussen de frequentie, het niveau en de bandbreedte (“Q” factor). Je hebt natuurlijk ook de mogelijkheid om de presets aan te passen op de front van de monitoren (vlug), maar zelfs al kan je de parameters ook op deze manier veranderen, het blijft een lang en vervelend werkje.

KLANK
Dit is altijd het cruciale punt. Het is wel interessant dat je de egalisatiecurves kan aanpassen, maar als de speakers niet betrouwbaar zijn, ben je er niets mee. Ik ben mijn luistertest dus begonnen in de “Flat” positie. Ik had oudere Alesis modellen in gedachten die, het moet gezegd, zeer toegankelijk waren van prijs, maar waarmee je niet meer dan home-studiowerk kon doen. Hier had de constructeur duidelijk andere ambities. Ik moet onmiddellijk toegeven dat wat ik hoorde, mij beviel. Op papier zijn de performanties van de twee modellen identiek: van 50 tot 20kHz tot + of –1,5 dB. Het grootste model lijkt echter toch wat luider te klinken, en leek meer op zijn gemak in de bassen. Van bassen gesproken: deze frequenties lijken me goed behouden in deze monitoren. Je hoort dus goed wat er op niveau van bas en medium passeert, maar in het begin is het een beetje misleidend. Zoals voor elke studioluidspreker zal de gebruiker zijn monitoren moeten leren kennen. Van de ene op de andere luidspreker overstappen, zelfs in de hoogste klasse, is nooit comfortabel, en om goed te mixen moet je zeker de tijd nemen om je kasten te leren kennen. Het is pas na deze leertijd, terwijl je de mixen via verschillende monitoren beluistert, dat men zich er een idee van kan vormen. Bij de ProLinears heb je uiteraard wel het voordeel dat je met verschillende egalisatiecurves kan luisteren. Natuurlijk, zelfs al benaderen die curves min of meer bepaalde merken van monitoren, de klank zal nooit identiek zijn. De constructeur spreekt er overigens in de handleiding over (trouwens zeer goed in elkaar gestoken) en preciseert dat de frequentieweergavecurve slechts een element is. De weergavesnelheid van de transistoren, de fase enz…zijn de andere belangrijke elementen. De ProLinears laten in ieder geval toe om makkelijke alle details van een mix te horen: lawaai, distortion en anderen problemen worden makkelijk opgespoord, en met een beetje oefening, zal je al gauw een correcte balans vinden. De ruimtelijkheid wordt goed behouden, in breedte en in diepte, je hoort goed de verschillende plans. Daarenboven heeft het uitblijven van de ronde bassen mij een beetje verrast, maar ik herhaal, het is een kwestie van gewoonte. En nu het budget: de Prolinear 720 DSP kost 440 euro exl. BTW en de 820 DSP 470 euro excl. BTW (bruto adviesprijzen). Dat gerechtvaardigde prijzen, en ik beschouw dat zelfs als een koopje, gelet op wat je geboden wordt.

CONCLUSIE
Kwaliteit voor bouw, look, klank en polyvalentie. Dat is mijn samenvatting van deze monitoren. Ik twijfel er niet aan dat de gebruikers overtuigd zullen zijn. Het feit dat verschillende egalisatiecurves voorzien zijn is zeker een troef , maar zeker niet de enige. Zelfs in “Flat” zijn deze ProLinears onze interesse waard.

PROCONTRA
  • Originaliteit
  • Klankkwaliteit
  • Polyvalentie
  • Beetje zwakke bassen (relatief)
  • Geen beschermende gril voor de tweeter