Meet Music Magazine review: PreSonus Studiolive 16.4.2
       PreSonus Studiolive 16.4.2
[ Auteur: Roger Roland ]  [ Editie: Nr.250 - Oktober 2009 ]
Ik krijg regelmatig bericht over nieuwigheden bij verschillende audiofabrikanten. Sommige worden opgenomen in de “hilites” van het magazine. Andere trekken maar weinig aandacht (dat de kleur van de zoveelste knop van een toestel verandert, zal niemand een zorg wezen) of, in tegenstelling, wekken onze aandacht in die mate dat een test ons noodzakelijk lijkt. Ik geloof dat ik de eerste informatie over de Studiolive console meer dan een jaar geleden ontvangen heb. En mijn aandacht was onmiddellijk getrokken. Het toestel lijkt immers iets anders dan anders voor te stellen. Na maanden wachten, is ze daar. En jullie weten net als ik dat hoe langer men moet wachten, hoe vreugdevoller de ontmoeting is. Vrouwen weten dat maar al te goed: ze komen altijd te laat op een afspraak!

VOORSTELLING


We bevinden ons hier in de aanwezigheid van een behoorlijk origineel product. Mengtafels worden onderverdeeld in twee grote categorieën: consoles bestemd voor klankverwerking, en consoles bestemd voor opname. Het is mogelijk om het ene met het andere te doen en vice versa, maar dat is niet ideaal. Presonus biedt met de Studiolive de mogelijkheid om op beide vlakken te werken met evenveel succes. De naam werd trouwens ook niet toevallig gekozen. Het is eveneens mogelijk om klankverwerking uit te voeren terwijl men op meerdere sporen opneemt, en dat gaat heel eenvoudig. We hebben te maken met een 16.4.2. tafel, wat wil zeggen dat men over 16 ingangen beschikt, met 4 subgroepen en twee uitgangen (stereo). Het gaat hier om een tafel die echt vernieuwend is, dat zullen we samen ontdekken. Zet je neer, dit gaat je van je stuk brengen!

BESCHRIJVING


De Studiolive is een digitale tafel met een echt analoge feeling. Laten we beginnen bij de aansluittechniek, aan de achterkant geplaatst. Men telt zestien micro-ingangen op XLR, verdubbeld door de lijningangen op jack. Een fiche op TSR is aanwezig voor elke ingang. Zes aux sends zijn voorzien, evenals twee stereo retours en subgroep sends. Dat alles is op jack. Men vindt op RCA een stereo-ingang en -uitgang “tape” voor bijvoorbeeld een CD-lezer. De hoofduitgangen zijn op XLR en op jack. Op XLR is er eveneens een uitgang “Mono”. Op jack vindt men de uitgangen voor de monitors, voor “studiogebruik”. Een XLR-ingang is bestemd voor de Talkback-micro. Op het digitale niveau is er een S/Pdif-uitgang, evenals twee FireWire-fiches. Twee Sub D25-connectoren voor de zestien analoge uitgangen zijn ook aanwezig, daar komen we later nog op terug. We sluiten af met de on/off-schakelaar en dan hebben we alles gezegd over het verticale achterpaneel. Het controle surface is een waar dashboard van een vliegtuig. Hoewel het om een digitale tafel gaat, beschikt men over een zeer groot aantal bedieningen, zoals bij een analoge tafel, of toch bijna. Om ineens alles te zeggen, ik heb het aantal schakelaars en draaiknopjes geteld. Ik kwam uit op een redelijk indrukwekkend getal: bijna tweehonderd dertig (dat heb je goed gelezen). En dat voor een tafel met zestien ingangen. De onderkant van de console telt eenentwintig pads. Zestien voor de individuele sporen, vier voor de subgroepen en één voor de master. Boven elke fader treffen we drie knopjes aan, genaamd “select”, “solo” en “mute”. In de rechterbovenhoek bevindt zich een scherm met kleine afmetingen, omringd door verschillende knopjes (waaronder pijltjes om over het scherm te bewegen) en een rotary encoder. Het belangrijkste gedeelte neemt het midden van het controle surface in beslag en is genaamd “Fat Channel”. Hier komen we tot de kern van de zaak. Die “Fat Channel” omvat een sectie “gate” die beschikt over threshold en release regelingen. Vlakbij vinden we een fase switch en een hoogdoorlaatfilter waarvan de frequentie geregeld kan worden. Vervolgens is er een compressor met alle nodige regelingen: threshold, ratio, attack, release, gain, de mogelijkheid om hem in “auto” en in “soft knee” te zetten. De eq die volgt, telt vier sporen waarvan de twee centrale semi-parametrisch zijn, met de mogelijkheid om in “Hi Q” te werken via een schakelaar. Het bovenste deel van het bedieningspaneel telt zes aux sends plus twee sends voor geïntegreerde effecten, en de mogelijkheid om elke send pre of post fader te plaatsen. Helemaal bovenaan bevinden zich de zestien gain-regelingen met telkens een schakelaar voor de fantoomvoeding en ook zestien schakelaars aangeduid met het symbool “FireWire”. We vermelden dat dat alles zeer lichtgevend is (mijn zoon vertelde me dat het hem aan Kerstmis deed denken). De handleiding is zeer volledig (honderd zeventien pagina’s) en is uitsluitend in het Engels. Ze verklaart in het lang en in het breed de verschillende functies, maar geeft eveneens zeer slimme tips voor iedereen die zich interesseert voor klank.
Buiten de tafel zelf, ontdekt men in de doos een FireWire-kabel en een installatie-cd voor de sturingsprogramma’s en een audiosoftware genaamd “Capture”.

GEBRUIK


Eerste opmerking: deze tafel lijkt niet op wat gebruikelijk gemaakt wordt, behalve dan wat betreft de faders. Die hebben een baan van tien centimeter maar zijn niet gemotoriseerd. Op slag zijn de meningen verdeeld. Zo zijn er de ultraconservatieven die zouden willen dat alle tafels op elkaar gelijken en vinden dat de faders op z’n minst gemotoriseerd zouden moeten zijn, aangezien men hier toch te maken heeft met een digitale tafel, enz. (en nog wat verder hoor ik iemand zeggen dat zij die niet naar de mis gaan op zondag, geen dessert krijgen en dat vrouwen een boerka zouden moeten dragen). Alle gekheid op een stokje, ik ben met deze tafel aan het werk gegaan zonder de handleiding te lezen, wat volgens mij de beste manier is om te beoordelen of de werking intuïtief is of niet. Want dat is vaak het probleem bij sono, vooral wanneer men volk ontvangt zoals bij een festival. Digitale tafels zijn zeer praktisch (geheugen…) maar niet iedereen is ermee vertrouwd. Een analoge tafel daarentegen is vaak intuïtiever. De aanwezigheid van controlelampjes kan in het begin storen. De Fat Channel telt zestien vertikale ledmeters van behoorlijke afmetingen, maar voor het lezen van de frequenties bijvoorbeeld, gaat het er wat anders aan toe dan gebruikelijk. Nochtans, als men even goed nadenkt, is het redelijk logisch: de lage frequenties zijn hier geplaatst tussen 36 (onderaan) en 465 Hz (bovenaan). De naburige ledmeter geeft de versterking weer (twee leds of meer lichten op naar boven toe) of de demping (idem maar naar onder toe). Dat is wel even verschieten wanneer men deze tafel begint te gebruiken, maar het went heel snel, en men heeft misschien zelf de neiging om beter te luisteren naar wat men doet, zonder zich te laten afleiden door het lezen. Voor zover ik weet, mixt men met het gehoor, niet? Het belang van deze tafel live, is dat het mogelijk is om alle instellingen te bewaren. Dus de equalizing, de dynamische instellingen, de twee geïntegreerde effecten, de aux, en zelf de niveaus van de faders. Natuurlijk, ze zijn niet gemotoriseerd, maar wanneer men de knop “locate” induwt, geven de ledmeters de positie van de faders weer, die men dan vervolgens kan verplaatsen tot de ledmeters aangeven dat ze in de juiste positie staan. In dat geval zijn de faders uiteraard non-actief op het niveau van de klank. Weinig gebruikelijk en hoewel het minder snel werkt dan een gemotoriseerde fader, kan men gemakkelijk de juiste positie van de pad terugvinden. We melden dat wanneer men een scène oproept, de niveaus onmiddellijk weergegeven worden, maar het duurt vervolgens een dertigtal seconden om de faders correct te herplaatsen. Dat doet me denken aan de “Total Recall” van Amek, van de jaren tachtig. Schitterende referentie. De knop “solo” kan dienst doen als PFL (Pre-Fade Listen) of als ware “solo in place”, naar keuze van de gebruiker. De talkback-micro wordt gestuurd door de knop “Talk”. Jammer genoeg wordt de klank niet afgebroken wanneer men de knop loslaat, zoals dat gebruikelijk gaat. Men moet dus goed opletten wat men zegt, om te vermijden dat bepaalde onopzettelijke opmerkingen niet naar de hoofdtelefoon gestuurd worden. Je weet wel, van het genre “die drummer bakt er echt niets van, maar de zangeres is ongelooflijk sexy”!
We hebben het er al eerder over gehad, het is ook mogelijk om met deze console op te nemen, via FireWire. En dan op heel eenvoudige manier: elk spoor wordt afzonderlijk opgenomen op de audiosoftware van je keuze, of via de software “Capture”, die meegeleverd is met de console. En het is mogelijk om het signaal onmiddellijk voor of na de “Fat Channel” op te vangen, dus om te kiezen op welke plaats van het circuit het opgenomen spoor genomen wordt. Alsof het niets is, zorgt dat voor een zeer grote souplesse. Bovendien worden de sends 17 tot 32 voorgesorteerd/verstuurd onder de vorm van acht stereo paren en kunnen ze gekozen worden via de software tussen bijvoorbeeld de hoofduitgang, de subgroepen, de aux sends, etc. Maar het is ook mogelijk om gebruik te maken van wat men in de studio de “retours machines” noemt, oftewel de sporen die reeds zijn opgenomen op je computer. Om dat te doen, volstaat het om voor het betreffende spoor de knop “FireWire’ te activeren en hop! Men hoort wat er gespeeld wordt door de computer voor de geselecteerde piste of pistes. Als men voor het opnemen andere convertors wil gebruiken dan die van de tafel, is het mogelijk om in analoog uit te gaan via de uitgangen Sub D-25. In dat geval, wordt het signaal opgevangen juist na de voorversterkers, dus zonder enige verwerking. In totaal is het dus mogelijk om tweeëntwintig audiokanalen van de tafel simultaan op te nemen op de computer, en om achttien kanalen van de computer naar de console te lezen. Een hele hoop nuttige en weldoordachte functies zijn voorzien op deze Presonus (dit artikel zou zonder probleem een heel nummer van MMM kunnen vullen), maar wat bij elke functie domineert is de eenvoud van het gebruik en de erg “analoge” feeling. Een bewijs is dat ik zonder moeite meerdere uren heb kunnen werken zonder de handleiding erbij te moeten nemen (die heb ik vervolgens wel gelezen en ik heb nog enkele extra functies ontdekt). Nog een ander bewijs: het “system menu”, wat normaal gezien het gedeelte is op een mengtafel dat iedereen schrik aanjaagt, doet hier niemand beven: de uitleg past op anderhalve pagina. Men kiest eenvoudigweg de samplingfrequentie (op 44.1 of 48 kHz), die men toewijst aan de S/Pdif uitgang, en de werking van het gedeelte “gate”, dat per paar geplaatst kan worden in “expander”. Men kan ook het contrast van het scherm regelen. Kortom: inderdaad heel weinig. Ik was enigszins ontgoocheld door de afmetingen van het scherm, maar uiteindelijk maakt men slechts heel weinig gebruik van dat scherm, behalve dan voor de keuze van de effecten (en daarvoor is het scherm echt wel toereikend). In feite verbergt deze Studiolive zijn speeltje goed: men is wat ontgoocheld wanneer men het ontdekt, maar men verandert volledig van mening wanneer men het gebruikt. Des te meer omdat we op vlak van de klank nog enkele leuke verrassingen gaan ontdekken.

KLANKKWALITEIT


Het signaal volgt het parcours: voorversterker, insert, fase switch, hoogdoorlaatfilter, noise gate, compressor, eq, pad. Elk van die functies kan individueel naar keuze geactiveerd of gedeactiveerd worden. Jammer dat het niet mogelijk is om de eq en de compressor om te keren, dat kan handig zijn.
De Presonus Studiolive werkt op 44.1 of 48 kHz, naar keuze. Ik hoor onmiddellijk chagrijnige zielen beklagen dat er geen hogere samplingfrequenties gebruikt worden. Waarop ik zou antwoorden dat er heel wat andere elementen zijn die een rol spelen wat betreft de klankkwaliteit, en dat het beter is om goede convertoren op 44.1 kHz te hebben dan waardeloze brol op 192 kHz. En dat papier geduldig is en dat wanneer een low cost merk in koeien van letters “192 kHz” op de doos schrijft, maar men verderop moet vaststellen dat de verhouding signaal/klank waardeloos is of de dynamiek heel beperkt, men beseft dat samplingfrequentie in de eerste plaats een marketingstrategie is. Grote fabrikanten van convertoren zoals Lavry bijvoorbeeld, leggen dat in detail uit op hun site. Als je niet als een dwaas wil sterven, kun je naar dat onderwerp best wat onderzoek doen. Voor samplingfrequentie geldt niet wat er voor de paardenkracht van je karretje geldt: hoe meer, hoe beter. De convertoren zijn in 24 bit (dat daarentegen is essentieel en zelfs het blondje dat ik gisteren tegen kwam op café kan het verschil horen), maar de interne verwerking gebeurt in 32 bit floating point, en de convertoren leveren een dynamiek van 118 dB (en dat in beide richtingen). En ook: de voorversterkers beschikken over een grote reserve (headroom). Bij het gebruik stelt men snel vast dat Presonus de nadruk duidelijk op de klankkwaliteit heeft gelegd. Het is duidelijk dat gemotoriseerde faders interessanter kunnen lijken, maar om een zo schappelijk mogelijke prijs te behouden, heeft de fabrikant, zo lijkt het, een goede keuze gemaakt. Concurrenten die als referentiepunt gelden op de markt en soms werken met een hogere samplingfrequentie, beschikken in totaal over een dynamiek die aardig wat lager ligt (genre 105 dB). Trouwens, men beschikt hier slechts over een beperkt aantal kanalen (zestien om exact te zijn), maar het is mogelijk om twee tafels aaneen te sluiten indien men nood heeft aan meer kanalen (ik neem aan dat men kan onderhandelen over een mooie prijs voor de tweede tafel J). We merken hier op dat dit model zeer soepel opneemt, maar dat het niet kan dienen als afstandsbediening voor je software. De effecten zijn zeer weldoordacht en heel bruikbaar. Uiteraard, zoals vaak in gelijkaardige gevallen, scheren deze geen hoge toppen (men mag geen wonderen verwachten, sommige reverbs van betere kwaliteit kosten op zich al meer dan deze tafel), maar men kan er eerlijk gezegd dagelijks mee werken. Laatste vondst: een dubbele grafische 31 wegs eq die via de faders kan toegewezen worden. Met deze tafel ben je dus volledig autonoom en kun je de racks vergeten die je rug om zeep helpen en de montage bemoeilijken. Kortom, ik vind een hele reeks voordelen bij dit model, wat niet weg laat dat ik enkele zaken betreur. Maar men moet weten, dat zou het budget bezwaard hebben, en waarschijnlijk nog geen klein beetje. Dan zit men op slag in een andere prijsklasse. Dat laat niet weg dat deze tafel naar mijn mening zeer geslaagd is, vooral wanneer men het volgende hoofdstuk leest.

BUDGET


2097,- Euro ex. BTW, Voilà. Geen spanning. Direct de prijs, zonder psychologische voorbereiding.
Ik hoop dat jullie neerzaten? Wat kan men hierover zeggen? Het is zeker geen belachelijk bedrag, maar de Presonus Studiolive is ook geen belachelijke console. Dus het bedrag is zeker gerechtvaardigd. En als men zich probeert te herinneren (doe maar een inspanning) wat men slechts vijftien jaar geleden voor een gelijkaardig bedrag kreeg, kan men vaststellen dat de gebruiker een beetje verwend wordt.

BESLUIT


Eindelijk een origineel product. Men gaat deze Presonus Studiolive liefhebben of haten, maar er is weinig kans dat hij je onverschillig gaat laten. En dat is voor mij een belangrijke garantie. Dat alle merken min of meer identieke producten zouden voorstellen, lijkt me weinig interessant. Het tegengestelde, dat elkeen dit of dat product koestert of haat, lijkt mij uiteindelijk heel wat aantrekkelijker. In plaats van weg te zinken in een grijze, uniforme wereld, kan elkeen zijn gading vinden. Ik weet niet of deze Presonus Studiolive jullie zal bevallen, maar één ding is zeker: je moet het toestel echt ontdekken en uittesten. Je loopt het risico om verleid te worden…


PROCONTRA
  • Origineel product
  • Klankkwaliteit
  • Gebruiksvriendelijke interface
  • Verhouding prijs/mogelijkheden
  • Geen gemotoriseerde faders
  • talkback blijft ingeschakeld wanneer men de knop loslaat